1. Isolatie dak

Het dak van het VvE-gebouw isoleren is een relatief eenvoudige (eerste) isolatiemaatregel, maar er zijn desondanks een boel aandachtspunten om rekening mee te houden. Vanaf de jaren ’75 werd op platte daken ongeveer 5 cm isolatie aangebracht.

We beschrijven in dit hoofdstuk de isolatie van platte en schuine daken, de voordelen, aandachtspunten en verdere bronnen van informatie.

1.1. Plat dak isoleren – betonconstructie

Wanneer de bitumenlaag (dakleer) op het dak aan vervanging toe is, dan is het een goed moment om te isoleren. Soms is er al een isolatielaag aanwezig, in dat geval kunt u de isolatielaag aanvullen met een extra laag. Let daarbij op de hoogte van de dakopstand en de afwatering van het dak. De afwerking kan wederom bitumen zijn. Dat moet beschermd worden tegen weersinvloeden met een laagje grind. Het dak kan ook afgewerkt worden met EPDM, een synthetische rubber die 100% recyclebaar is wanneer het niet verlijmd wordt op de ondergrond. Wanneer niet verlijmd, is wel een ballastlaag nodig.

1.2. Plat dak isoleren – horizontale houten balkenconstructie met beschot

Tot de jaren ‘50 werden platte daken meestal gemaakt met een balkenstructuur (houten balken, of een combinatie van hout en staal, of een variant met betonnen dakliggers – komt soms voor bij daken tussen jaren ’30 en ‘50). Op de balkenlaag is dakbeschot (plankenlaag) aangebracht, afgewerkt met een laag bitumen. Een plat dak kunt u bij voorkeur van buiten laten isoleren om condensvorming te voorkomen in de constructie. Bij het van bovenaf isoleren (warm dak methode) blijft ook de dakconstructie warm en zal daardoor minder uitzetten en krimpen.

1.3. Schuin of hellend dak isoleren – schuine houten balkenconstructie met beschot

Schuine pannendaken gemaakt met ‘sporen’ en ‘gordingen’ – de schuine balkenconstructie met daarop het dakbeschot (planken of platen die stijfheid waarborgen) – kunnen van binnenuit geïsoleerd worden met isolatiedekens of hardschuimplaten tussen de balken. Zorg dat een dampremmende folie aangebracht wordt tussen de isolatiedekens en het afwerkingsmateriaal (gips) aan de binnenzijde. Dit voorkomt dat vocht uit de woning in de isolatie trekt en gaat condenseren tegen de constructie en het dakbeschot (aan de koude zijde van het isolatiepakket). Onderzoek ook of het dakbeschot voorzien is van een damprem. Dat kun je zien door een dakpan op te tillen. Als er al een folie onder aanwezig is dan moet de damprem aan de warme zijde van de isolatielaag (binnen) een speciale vochtregulerende folie zijn.

Als de zolderverdieping niet in gebruik is, kunt u op de zoldervloer (beloopbare) isolatie laten leggen. Ook dan is een dampremmende folie nodig onder de isolatielaag.

Van buitenaf isoleren kan ook: dan wordt er een isolatielaag aangebracht tussen het dakbeschot en de onderconstructie voor de dakpannen (tengels). Dat betekent wel dat de afwerking van het dak een stukje omhoogkomt. Dat heeft gevolgen voor de aansluiting op de dakgoot en de regenpijpen.

Voordelen

  • Een goed geïsoleerd dak voorkomt veel warmteverlies en het zorgt ook voor minder overlast door opwarming van de woningen direct onder het dak. De combinatie met een groendak is nog beter.
  • U bespaart op de energiekosten.
  • Nadat de dakafwerking is vernieuwd met een isolatielaag eronder kan de VvE ook gaan nadenken over het plaatsen van bijvoorbeeld zonnepanelen al dan niet in combinatie met een groendak. Bij een meer integrale aanpak van de verduurzaming waarbij ook het verwarmings- en/of tapwatersysteem wordt aangepakt, kan ook nagedacht worden over het aanleggen van een PVT-systeem. Dat is een systeem met zogenaamd hybride panelen die niet alleen elektriciteit, maar ook warmte opwekken.

Belangrijkste aandachtspunten

  • Probeer voor een goed resultaat een isolatiewaarde aan te houden van minimaal Rc = 6,5. Dit sluit ook aan bij de subsidievoorwaarden voor een Zeer Energiezuinig Pakket van RVO.
  • Bij isolatie van zowel het dak als de gevel is het belangrijk om de isolatielijn te sluiten. Dat wil zeggen dat ter hoogte van de aansluiting van het dak op de gevel de isolatielijn doorloopt in de gevel.
  • Als het dak geïsoleerd is, maar de gevel nog niet; let dan goed op dat er ter hoogte van de oplegging van de balken op de bouwmuur geen condensatie zal optreden. De balken zijn warm (geïsoleerd) en de muur is koud. Bij twijfel vraag advies aan een bouwfysicus.
  • De beste isolatiemethode voor platte daken is isolatie van buitenaf. Wanneer u toch van binnenuit tussen de balken moet isoleren, laat u dan goed adviseren door een bouwfysicus. Het risico op condensatie of schimmel is groot en kan veel schade veroorzaken.
  • Bij het van buiten na-isoleren van het dak komt de dakafwerking tot zo’n 20 cm omhoog. Dat betekent dus ook aanpassingen aan alle dakranden en dakdoorvoeren, zoals de schoorstenen, dakramen, standleidingen, regenwaterafvoeren en noodoverlaten.
  • Bij oudere gebouwen werd door de constructeur die de afmetingen van de regenwaterafvoeren ontwierp nog geen rekening gehouden met de waterhoeveelheid van de huidige piekregens. Er kan nu in dezelfde tijd tot drie keer zoveel regen vallen dan vroeger en dat water mag niet te hoog op het dak komen te staan vanwege het gewicht. Laat bij hogere dakranden dus narekenen of er voldoende regenwaterafvoeren en noodoverlaten zijn.
  • Overweeg als alternatief voor grindballast een groendak. Dat vertraagt de opwarming van de ruimtes onder het dak nog beter. Daarnaast wordt hiermee fijnstof afgevangen, het bevordert de biodiversiteit en vertraagt de afvoer van het regenwater naar het riool. Een dak met beplanting tempert temperatuurschommelingen in de omgeving omdat door verdamping van het door de beplanting vastgehouden water warmte wordt onttrokken.

Meer informatie

Meer informatie over dakisolatie en nuttige doorverwijzingen kunt u vinden op de website van Milieu Centraal: www.milieucentraal.nl/energie-besparen/energiezuinig-huis/isoleren-en-besparen/dakisolatie/ en www.milieucentraal.nl/energie-besparen/energiezuinig-huis/isoleren-en-besparen/zelf-dak-isoleren/